De hoofdregel voor alerteren is: je moet biedingen alerteren waarvan je kunt vermoeden dat de tegenpartij er zonder waarschuwing een andere betekenis aan toekent.
Een paar veel voorkomende voorbeelden waarbij je moet alerteren:
We hebben soms even een ‘wegtrekkertje’ en spelen dan niet in de kleurbij die gevraagd wordt, terwijl we nog wel een kaart in die kleur hebben. Kortom, we verzaken, een van de meest voorkomende arbitragegevallen. Voordat jij of je partner in de volgende slag een kaart hebben gespeeld, kan deze verzaking nog worden hersteld. De verzaking is dan niet voldongen. Als jij of je tegenspelers de verzaking snel ontdekken, mag deze als volgt hersteld worden: de foutief gespeelde kaart wordt een ‘grote strafkaart’ en jij mag de juiste kleur bijspelen. Als de verzaking later ontdekt wordt kan hij niet meer hersteld worden. De verzaking is dan ‘voldongen’. Let op: er volgt dan geen straf, maar een rechtzetting. Als de verzaker (niet zijn partner) door de verzaking een slag heeft gemaakt en hij maakt daarna nog een slag dan moet de verzakende partij twee slagen overdragen. Als de verzaker door de verzaking de slag niet heeft gemaakt, maar de verzakende partij daarna nog een slag, dan moet de verzakende partij één slag overdragen.
Het komt vaak voor dat een speler merkt dat zijn partner tijdens het bieden een afspraak niet bekend maakt of een conventioneel bod niet alerteert, dan mag die speler op geen enkele wijze daar iets van laten blijken. Stel dat dit paar leider en dummy worden, dan moeten zij voordat de linker tegenstander uitkomt aan de tegenspelers melden dat er sprake is van een foutieve uitleg. Daar hebben de tegenstanders recht op; immers die informatie kan belangrijk zijn voor de uitkomst. Maar stel nu dat dit paar tegenspeler wordt. Nu moeten zij hun kaken stijf op elkaar houden (dus niet alleen tijdens het bieden, maar ook tijdens het spelen niet laten blijken dat er iets fout is gegaan). Pas aan het einde van het spel moet de arbiter ontboden worden. Waarom? In feite zegt die speler nu tegen zijn partner: dat bewuste bod betekent niet dit, maar dat. Informatie die zeer nadelig kan zijn voor de leider, waardoor een arbitrale score heel dichtbij komt.
Iedereen herkent dit wel. Je speelt een lastig contract en je hebt een speelplan gemaakt. Je bent zo geconcentreerd dat de slagen al in de juiste volgorde in je hoofd zitten. Je speelt een kleintje uit de hand en neemt die in de dummy met de boer. Zo, die houdt. En nu harten aas van tafel en harten vrouw getroefd in de hand. Maar je zegt harten vrouw, oh nee, harten aas natuurlijk. Dit alles gebeurt in één adem en niemand heeft nog gereageerd. Mag je dan alsnog harten aas spelen, zoals je van plan was? Helaas voor jou zijn de huidige spelregels heel duidelijk, een kaart die genoemd of aangeraakt is, moet uit de dummy gespeeld worden. Gezegd is gelegd! In het grijze verleden stond er iets in de spelregels dat een herstel in ‘één adem’ toegestaan was en bij veel spelers leeft deze regel ten onrechte nog steeds.
Het overkomt ons allemaal wel eens dat we als leider uit de verkeerde hand voorspelen. We zijn in de dummy, maar leggen uit de hand een kaart open op tafel. Het woord is aan de tegenstanders. Als zij jouw uitkomst accepteren, dan gaat het spel gewoon door. Als de linker tegenstander zonder iets te zeggen een kaart bijspeelt, dan accepteert hij daarmee de verkeerde uitkomst en gaat het spel gewoon door. Als zij de uitkomst niet accepteren, met bijvoorbeeld de woorden: ‘je bent op tafel’ dan gaat de gespeelde kaart terug in de hand en mag je een willekeurige kaart uit de dummy spelen. De terug gestoken kaart wordt dan geen strafkaart.
Kort gezegd mag de dummy tijdens het afspelen alleen maar braaf bijspelen en de gemaakte en niet-gemaakte slagen bijhouden. Als hij ziet dat er mogelijk een onregelmatigheid staat te gebeuren, mag hij proberen die onregelmatigheid te voorkomen. Bijvoorbeeld als hij ziet dat de leider uit de hand wil gaan spelen terwijl hij op tafel is. Als de onregelmatigheid heeft plaats gevonden mag de dummy daar niet op wijzen. Pas na afloop van het spel mag hij de aandacht vestigen op de onregelmatigheid. De enige uitzondering is dat de dummy de leider mag vragen, als die in een slag niet heeft bekend, of hij nog een kaart in de voorgespeelde kleur heeft.